Leve de Paardenbloem

Deze maanden zijn ze volop aanwezig. De Paardenbloemen. Mooie velden vol gele bloemen. Voor de een een zegen, voor de ander een vloek. In het wild zie ik ze graag, maar in mijn eigen grasveldje in de achtertuin zie ik ze graag verdwijnen. Daarom ben ik eens gaan kijken hoe het nou zit met die ‘doodgewone’ paardenbloem.

Wist je dat er in Nederland wel zo’n 250 micro-soorten bekend zijn? Dus zeker de moeite waard om met een loepje deze verschillen eens te gaan zoeken.


We hebben zeker allemaal wel eens een uitgebloeide paardenbloem weggeblazen. Wat ik niet wist was dat het vruchtpluisje dat zich dan verspreidt geen zaadje bevat, maar een nootje.

Hondstong, Hondenbloem, Hynsteblom, Pisbloem of Pissebloem, Konijnenbladeren of Brievenbesteller zijn diverse streeknamen voor de Paardenbloem.

Waarom de term ‘paard’ gebruikt wordt voor deze algemene naam is niet bekend, maar de betekenis van Paardenbloem is vermoedelijk ‘nutteloze of waardeloze bloem’.

Zo nutteloos is hij echter niet, want Paardenbloemen zijn eetbaar! Het wordt dan ook wel Molsla genoemd. Vroeger werd in molshopen naar de bladeren van de paardenbloem gezocht. Vandaar de naam Molsla. Het jonge blad is het lekkerst als je het vroeg in het voorjaar plukt, voordat de bloem zich ontwikkeld heeft. Van de bloem kan je het middelste eten of als garnering in de sla gebruiken. Ook is van de gedroogde bladeren thee te zetten.

Ook zijn er mooie ringen en kransen van te maken. En natuurlijk blijft het wegblazen van de uitgebloeide bloemen een heerlijke bezigheid!

Die  ‘doodgewone’ paardenbloem heeft me aan het denken gezet. ‘Doodgewoon’ is gewoon niet nutteloos!