Veilig de natuur in!

16 tot en met 20 april is de Week van het Jonge Kind.

Het thema van deze week is: Gezond opvoeden; waar leg jij de grens?

Bij gezond opvoeden hoort zeker ook spelen in de vrije natuur. Op avontuur gaan, ontdekken, klimmen en klauteren, verbazen, groeien, samen spelen en eigen grenzen ontdekken. Daar hoort vallen en opstaan bij en prikken aan een brandnetel of wilde braam.

Waar ligt voor jou die grens voor het veilig buiten spelen?

Het buitenseizoen is weer volop gestart. Ik geef je graag een aantal veiligheidstips mee om veilig in de natuur op avontuur te kunnen gaan met je kinderen.

In de natuur zijn betekent, genieten, lol hebben, ontdekken, maar ook rekening houden met brandnetels, teken, het weer enz. Hier vind je tips waar je aan moet denken als je de natuur in trekt:

Teken. Zorg dat je een tekenpen bij je hebt en zorg dat je in ieder geval een lange broek aantrekt en beter ook een lange mouwen shirt, ook bij warm weer.

Let goed op de weersvoorspellingen:

  • Is het warm weer, zorg voor bedekte schouders, een hoed of petje, zonnebrandcrème en voldoende water om te drinken.
  • Is het nat weer, zorg voor regenkleding.
  • Is het koud weer, trek verschillende laagjes kleding over elkaar aan en zorg dat je niet afkoelt als je een tijdje stil staat.
  • Waait het hard, houd rekening met vallende takken of zelfs hele bomen.
  • Bij onweer nooit in het open veld lopen! Ook in de buurt van hoge bomen is het niet veilig. Ben je op een open veld en kan je daar niet weg, ga dan gehurkt zitten met je voeten tegen elkaar. Nooit een paraplu gebruiken bij onweer. Tel de seconden tussen de flits en de donder. Elke 3 seconden is ongeveer 1 km. Dus bij 6 seconden is het onweer 2 km van je vandaan. Zo kan je ook uitrekenen of het onweer naar je toe komt of wegtrekt.

In gebieden waar je van de paden af mag, moet je extra rekening houden met:

  • Hobbels en kuilen
  • Water. Vooral met kleine kinderen en bij onze sterk stromende rivieren.
  • Eventueel aanwezige wilde runderen en paarden. Hou altijd minimaal 25 meter afstand, niet voeren, niet aaien. Loop nooit tussen de kudde door. Hou de dieren steeds in de gaten. Hou meer afstand bij onrustig gedrag van de dieren.
  • Slangen. In Nederland kennen we 3 soorten slangen. De ringslang (gele ring achter de kop) is niet giftig. Hij leeft in waterrijke gebieden. De adder (donkere zigzagstreep op de rug) is wel giftig, maar is zelden dodelijk voor mensen. Adders leven in heide- en veengebieden o.a. in Denthe en op de Veluwe. De derde soort is de gladde slang. Dat is een wurgslang, dus niet giftig. Hij is te herkennen aan de zwartbruine streep aan beide zijden van zijn kop. Hij leeft in droge gebieden, zoals droge graslanden, heidevelden en bosranden.
  • Hoornaars, wespen, bijen en hommels. Sla nooit naar de insecten. Ze zullen zich dan juist verdedigen. Bij een allergische reactie is snelle actie van levensbelang. Let bij bomen klimmen ook altijd op eventuele nesten.
  • Eikenprocessierups. De haartjes kunnen allergische reacties veroorzaken: rode ogen, bultjes, irritatie van luchtwegen. De klachten moeten in principe vanzelf verdwijnen.
  • Giftige planten, paddenstoelen en bessen. Vooral een aandachtspunt bij hele kleine kinderen die nog wel eens de neiging hebben van alles in hun mond te stoppen
  • Brandnetels. De jeuk van brandnetels is weg te nemen door het sap ui het blad van de Hondsdraf, Weegbree of Zuring
  • Klitten. Let op rijpe klitten (bruin). De weerhaakjes blijven in de huid hangen en de pluisjes veroorzaken jeuk.
  • Reuzenberenklauw. Deze veroorzaakt brandwonden nadat de huid in de zon is geweest.

(bron: Stichting Ark)